zondag, oktober 18, 2015

De Boekenboom, een zilveren rijder, van Bosch tot Breugel en waanzin en gekte in de 17e eeuw

Spitten in het verleden, mijn liefste bezigheid. In boeken die het verleden laten herleven, in schilderijen waar ik naast de antieke beeltenis ook de schilder voor me zie herrijzen die de eeuwen tussen ons vandaan haalt, maar vaak ook heel erg letterlijk wanneer ik met mijn metaaldetector op pad ga.
Vorige week zondag liep ik, zoals vaker, over een akker. Thermo-ondergoed onder mijn jeans, laarzen soppend in de modder en gedachten op nul. Na slechts tien minuten had ik een mooi signaal en wat ik opgroef was een prachtig stukje historie - een zilveren Rijdersschelling (ofwel een 6 stuiverstuk) uit 1691. Ik moest even op een berg zand bijkomen van ontsteltenis.
De dagen erna ondernam ik meerdere tijdreizen. Ik volgde mijn tweede college in de reeks 'Waanzin in de letteren'. Het college had als onderwerp 'Waanzin en gekte in drama en lyriek van de 17e eeuw' en werd gegeven door Dr Jeroen Jansen. Ik had vreemd genoeg niet veel verwacht van dit college. Mijn interesse in de literatuur gaat vooral uit naar de 19e eeuw; Maar wat heb ik onverwacht genoten van dit college! Dr Jansen las stukken voor uit 'Warenar' van PC Hooft en de taal kwam tot leven.
De tekst op papier kon ik nauwelijks volgen, maar uit zijn mond onstond er begrijpelijke taal. Een belangrijke les hier opgestoken: wil je Oud-Nederlands kunnen begrijpen dan moet je het hardop lezen!
Afbeeldingsresultaat voor warenar backes
Sinds dat college heb ik de neiging om tegen vervelende mensen: 'Spoeytme van de deur, flucks, of je backes sel vlieghen vanghen' te roepen.

Na het college liep ik (wederom door de regen, net als vorige week) linea recta naar 'De Boekenboom'. Dit klein antiquariaat is met lengte de gevaarlijkste boekenwinkel van Amsterdam. De eigenaar deelt mijn smaak. Welke boekenplank ik ook bekijk, ik zie óveral boeken die ik wil lezen (en erger nog - bezitten). Daarnaast kan de eigenaar erg gepassioneerd vertellen over boeken. 'Oh...vond je dát mooi? Nou dan moet je déze lezen!'. Voor ik het wist zat ik in een grote stoel met een prachtig 18e eeuws boek, een boek over het jaar 1597 in Amsterdam ('mijn moeder had het in een ruk uitgelezen') én een Russische klassieker op schoot.

Ik was zo verstandig om met alleen een briefje van twintig binnen te komen (pinnen kan niet) maar het vervelende is nu wel dat ik volgende week terug moet voor de rest. En ik vrees dat ik dat met een blinddoek om moet doen omdat dit anders in ieder geval de komende maand (de resterende tijd van mijn colleges) een terugkerend fenomeen zal zijn.
De winkel is overigens propvol (op een uitzinnige manier). Op de bovenste planken balanceren de kunstwerken van de eigenaar Cees (hij is ook kunstschilder). En wanneer je daar in de 'gaststoel' zit heb je het idee dat je in een schuilkelder gemaakt van boeken bivakeert.
Dat de eigenaar vrij eigenzinnig is had ik al door, maar dit werd nogmaals bevestigd toen er een klant binnenkwam die interesse in een boek had wat de eigenaar niet wilde afstaan omdat hij het eerst zelf nog wilde lezen. Een eigenzinnigheid waar ik erg blij van word (behalve wanneer ik dat boek zelf wil hebben uiteraard).
Ik verliet de zaak na anderhalf uur met 'Amsterdam in 1597' van Gabri van Tussenbroek in mijn tas en kijk nu al uit naar mijn bezoek komende woensdag.
De tijdreis van deze week sloot ik gisteren af in het Boijmans van Beuningen museum met de expositie 'van Bosch tot Breugel' (was een tip van Herman Pleij) waar ik genoot van de Middeleeuwse grollen. Van omstanders ontving ik een aantal vreemde blikken omdat ik hardop de teksten voorlas die als onderschrift op de schilderijen stonden geschreven.

De mensen die mij met een scheef oog aankeken heb ik vriendelijk toegeknikt terwijl ik van binnen ''Spoeytme van de deur, flucks, of je backes sel vlieghen vanghen" dacht.

zaterdag, oktober 10, 2015

Ventielfeest

Ik verkeer de laatste maanden in mijn zestiende midlifecrisis. De laatste jaren zijn een aaneenschakeling van midlifecrisisen (ik was er vroeg bij), sommige groots en van buitenaf geforceerd, anderen stil, sluipend en moorden ontwrichtend.
De huidige behoort tot de laatste.

Waar anderen om zich heen gaan slaan sijpelt de ontwrichting bij mij als een lekkage druppelsgewijs naar binnen en legt me lam. Ik word passief.

In zo'n fase moet ik echt gaan zoeken naar inspiratie, proberen mijn passies aan te wakkeren. Toen ik nog in Griekenland woonde was het gemakkelijker om 'to the beat of my heart' te leven.
En ik wéét uit ervaring dat wanneer ik dat geluid volg de rest uiteindelijk op zijn plaats valt.
Ik heb een ventielfeest nodig.


Dat ik weet wat een ventielfeest is komt door een college dat ik vorige week gevolgd heb bij Herman Pleij over 'de noodzaak van de zot in de Middeleeuwen'. In mijn zoektocht naar hernieuwde inspiratie schreef ik me in voor een speciale collegereeks aan de UVA over 'Waanzin in de letteren'. Het is een collegereeks georganiseerd door Marita Mathijsen, kennelijk passend binnen een reeks die zij al jaren organiseert.
Ik was de jongste in de collegebanken (het gros was zeventig, tachtig en zelfs negentig plus).

Nu vind ik het niet erg om als jongste kandidaat een college te volgen. In tegendeel zelfs, het gegiebel om me heen van bejaarden over de seksgrapjes van Herman Pleij (zelf ook twee-en-zeventig) bracht naast een gevoel van gene ook mij plezier. Daarnaast geeft het me een geruststellende gevoel dat je ook wanneer je negentig bent nog steeds colleges kunt volgen (en giebelen over seks). Ik heb nog even...

Geweldig om Herman Pleij te horen vertellen. Hij dwaalde regelmatig af van zijn uitgangspunt, om er vervolgens nooit meer naar terug te keren, maar dat veroorzaakte juist een gezamelijke ontdekkingstocht.
Pleij vertelde over Erasmus (lof der Zotheid), Thomas More, Hendrik de achtste en het nut van ventielfeesten. Dat een mens een uitlaatklep nodig heeft, net als bepaalde drankvaten die men af en toe moet laten luchten omdat ze anders ontploffen. Dat men het nut van de ventielfeesten al in de vroege middeleeuwen erkende en organiseerde. Een soort van georganiseerde chaos en ontregeling, een dag waarop alles kon. Zodat men daarna weer gelouterd - en vooral in het gareel - verder kon gaan met het eigen monotone bestaan.
Mijn ventielfeesten zijn beperkt de laatste maanden. Ik ben niet op vakantie geweest en de vakantiedagen die ik opnam werden benut om mijn huis te renoveren. Toen ik jonger was ging ik nog wel eens stappen en 'uit mijn dak', maar het dak blijft nu al jaren netjes zitten.
Deze collegereeks is voor mij een ventielfeest in het klein.

Na het college liep ik door de regen in de Spuistraat en kwam ik een klein antiquariaatje tegen. Het leek een woonkamer, maar dan eentje met boekenstapels tot aan het plafond. Er brandde licht maar ik kon niet goed uitvogelen of het 1) een winkel was en 2) open.
Tóch maar even de deur uitgeprobeerd en het volgende moment stond ik in deze woonkamerwinkel zelf tussen de boeken. Het eerste boek dat ik op geluk uit de boekenkast trok ('Lust, dood en Duivel' van Mario Praz) bleek vertaald te zijn door Anton Haakman. Anton komt geregeld terug op mijn blog en is meermaals een onderwerp geweest van toevalligheid in mijn leven.
De huiskamerwinkel bleek ook een paar vierkante meter te hebben waar er ruimte was gemaakt tussen de boeken en twee grote stoelen stonden. Daarin zaten de eigenaar en een vriend van hem en ik raakte in een boeiend gesprek over literatuur, colleges, hysterische vrouwen en waarom het nuttig kan zijn om een Franstalige encyclopedie uit de 18de eeuw te kopen wanneer je geen Frans spreekt.

Ik verliet deze winkel met 'Lust, Dood en Duivel' en 'Melmoth de Dolende' van Charles Robert Maturin. Met deze exemplaren wordt mijn schap met boeken uit de Romatische tijd steeds groter. Ik heb een voorliefde voor de Gotische literatuur. Ik denk dat dit oevre dicht tegen mijn natuur ligt. Voelen boven denken. Nostalgie als een verheven goed. Liefde die tot waanzin drijft. Het bovennatuurlijke ervaren als hoopvol en de grillige schoonheid van de natuur bewonderen en vrezen.
Dat dit een aard is die het leven niet altijd eenvoudiger maakt kun je wel uit mijn inleiding herleiden.

In de avond terug op mijn bank las ik 'De eenhoorn' van Iris Murdoch uit. Mijn eerste kennismaking met deze schrijfster, maar wat heb ik genóten van deze roman!
Geschreven begin jaren zestig maar met een sfeer uit de negentiende eeuw, dus helemaal in de stijl van de Romantiek (jubel!). De eerste helft van het boek loopt traag. Men hangt een beetje om elkaar heen, je wordt rustig aan de hoofdpersonen voorgesteld. Maar dan neemt het boek een wending en wordt je meegesleurd in een kolk aan gebeurtenissen.
Het was voor het eerst in járen dat ik tijdens het lezen van een boek een kreet van walging gaf. Ik hoorde mezelf met een grimas 'Oh nee!' uitroepen. De beklemmende sfeer binnen deze roman blijft nog dagen nazinderen. Ook nu denk ik nog terug aan Marian, Hannah, Denis, Gerard en Effingham, met een licht gevoel van heimwee en geloof ik dat ook ík een klein beetje verliefd ben geworden op Denis.
Het boek is tevens een waarschuwing voor passiviteit en de geweldadigheid waarmee je jezelf kunt lamleggen. Dat geen actie soms de grootste verklaring van oorlog aan jezelf kan zijn.
Daarmee dus ook een goed boek voor mezelf op dit moment.

Ik probeer mijzelf dan ook weer in beweging te krijgen. Waarschijnlijk bestaat de grootste beweging vandaag uit een zoektocht in mijn eigen boekenkast naar mijn volgende leesvoer.
Maar gelukkig heb ik volgende week woensdag weer een klein ventielfeest wanneer ik mijn volgende college volg tussen de bejaarden. En héél misschien loop ik daarna weer naar 'De Boekenboom' in de hoop daar dezelfde mannen aan te treffen verstopt tussen de duizenden boeken en ons gesprek voort te zetten.