zaterdag, juni 14, 2008

Herkansing

Ik las de Bell Jar van Plath uit in Griekenland. Het boek paste wel een beetje bij de algehele toon van de vakantie. Het was een vakantie uit duizenden, godzijdank komt een dergelijke vakantie sporadisch voor.
Bedenk het één en ander dat mis kan gaan binnen een tijdsbestek van negen dagen en doe daar dan nog een schepje bovenop. Stakingen (benzine & taxi's – kom dan nog maar eens ergens), ziekte (buikgriep), verblijven bij een rouwend gezin in Athene en een trip naar het kerkhof (normaliter heb ik een obsessie met kerkhoven - zolang ik zelf maar geen connectie heb met de overledene), uiteindelijk tóch een auto kunnen huren en vervolgens schade rijden, en zo kan ik nog wel doorgaan.

Er waren ook hoogtepunten. Een bezoek aan de Acropolis. Een mooie toch door de kloof van Delian. Een heerlijk etentje op de eerste avond en op zondagmiddag in Theriso.

De mooie momenten staken surrealistisch af tussen alle onheil.
Er waren momenten dat ik Sylvia Plath kon begrijpen.

Terug in Nederland was ik toe aan vakantie.
Ik hoop op een herkansing. Aanstaande vrijdag gaan M. en ik drie dagen naar Parijs. We verblijven in de volksbuurt Le Marais en ik zit vol plannen.
Misschien moet ik dit keer een vrolijker boek meenemen. Wie weet werkt het door?

vrijdag, mei 02, 2008

De glazen stolp

Vijf dagen vrij. Vijf dagen vakantie.
In de loop van Koninginnedag werd ik geveld door griep. Met een gigantische snotneus en een hoofd van beton liep ik als in een waas door het feestgewoel in de Cornelis Schuytstraat en de Beethovenstraat. Hier stonden de rijken hun rotzooi te verpanden.
Helaas boeide het me niet. Normaliter kan je me best blij maken met andermans meuk, maar ik werd duizelig van de mensenmassa en mijn hoofd ging bonzen van al het lawaai.
M. sleurde me vervolgens het Vondelpark in en op een grote ton gezeten goot ik met wijn de aspirine weg. Ik voelde me warempel nog iets beter ook en zag allemaal interessante zoekveldjes voor de metaaldetector (tegenwoordig kijk ik door een metaaldetector bril en krijg ik glinsterende ogen van akkers en maagdelijk bosterrein. Ach, ik heb nooit beweerd normaal te zijn).
Tegen achten lag ik uitgeteld in bed terwijl M. er nog flink op los feestte.

De tweede vrije dag van mijn vakantie heb ik dan ook ziek in bed doorgebracht. Maar niet vervelend ziek. Heimelijk best fijn. Ziek genoeg om jezelf te verplichten te rusten, maar niet zo ziek dat je niet kunt lezen.
Dat heb ik dan ook gedaan. Met kleine ingelaste rustpauzes en hazenslaapjes heb ik Sylvia Plath's 'The Bell Jar' voor de helft uitgelezen en werd ik me betoverd door haar taalgebruik.
Een fragment van het leven zoals Sylvia hem beschreef. Een vijgenboom vol rijpe vijgen; Elke vijg gaf een mogelijkheid aan. Maar door er één te kiezen, moest je voorbijgaan aan al de anderen.
En door te blijven staren verschrompelden de vijgen en vielen ze één voor één rot op de grond.

Nog drie vrije dagen. Nog drie dagen vakantie.

Ik hoop dat ik morgen nog een klein beetje ziek ben.

zondag, april 06, 2008

Werken

Ik kom tijd tekort. Om eerlijk te zijn heb ik geen tijd om te werken. Het blijft een noodzakelijk iets dat ik moet doen om geld te verdienen c.q. zogenaamd carriere te maken om me maatschappelijk nuttig te voelen.
En om dit alles verdraagzaam te maken vertellen we onszelf dat we het nog harstikke leuk vinden ook. Alsof jij en ik het werkelijk geweldig zouden vinden om in onze vrije tijd acht uur per dag, iedere dag, keer op keer, dezelfde taken uit te voeren. Of overdrijf ik? We krijgen immers toch twee dagen per week voor onszelf? Om maar niet te vergeten die zee aan vakantiedagen!

Ik heb nu een leuke baan. Echt.
Als ik het vergelijk met veel andere banen dan.
Ik help zelfs mensen aan het komen van. (verrader)

Maar wat zou nu nog leuker zijn?

Lezen
Oude literatuur kopen
De kroeg in met vriendinnen
Reizen
Met mijn metaaldetector akkers afstruinen
Op de markt naar kleding uit de jaren zestig zoeken
Mijn schrijfcursus weer oppakken
De heerlijkste gerechten koken
In bed blijven
Films kijken
Creabea zijn (lampekappen schilderen, oude meuk opknappen)
Yoga
Mijn skeelers afstoffen en aandoen
Muziek maken
Een stevige boswandeling maken
Musea bezoeken

Maar in plaats daarvan ga ik morgen weer werken.

Leuk, he?

Note: Zie voor meer informatie het boek 'Statusangst' van Allain de Botton.

zondag, maart 16, 2008

Blubber en schroot

Het zet nogal wat spreekwoordelijke voeten in de aarde om te slagen in het zoeken met de metaaldetector.
Gisterenmiddag in de omgeving van Oudenkerk aan de Amstel gezocht, maar alleen oud schroot omhoog gehaald en vreemd genoeg wat leidingen en een onbekend loden voorwerp.
Maar...ik geef niet op. Ga ervan uit dat ik de nieuwe detector nog moet leren kennen...

Ook vandaag wilde ik de regen en wind trotseren en naar Oudenkerk fietsen. Het had echter niet zo mogen zijn. Net weg ging de ketting van de fiets. Teruggelopen en ketting er weer opgelegd.
Ik weer op de fiets terug naar de weilanden en rivier de Amstel. Ben ik er, zet mijn metaaldetector in elkaar, zet ik een paar stappen richting de sloot...klotst het water in mijn nieuwe regenlaarzen. Zo lek als een vergiet!

Dat deed m wel...naar huis gefietst, sokken uitgewrongen, laarzen weggepleurd, en op de bank gekropen.
Ik houd het voor gezien vandaag...

zondag, maart 02, 2008

Metaaldetector obsessie

Het komt door een collega van me, genaamd Jos. Tijdens de lunchpauze begon hij te vertellen over zijn metaaldetector en de leuke vondsten die hij hier mee deed en het begon weer helemaal bij mij te kriebelen.

Ook ik had vroeger een metaaldetector. Eigenlijk ben ik een vrij ongewoon meisje en de schuldige hieraan is mijn vader. Ondanks dat hij ook een zoon heeft, ben ik in werkelijkheid de zoon die hij nooit heeft gehad.
Broerlief had nooit zo'n interesse in vaders hobby's en ik hing van kleins af aan de lippen van papa gekluisterd. Hij toonde mij een wonderbaarlijke, oneindige fascinerende wereld buiten de ramen van ons huis. Vertelde vol passie over de kleinste insecten en korstmossen, maar kocht ook een telescoop voor me om het hemelruim mee af te struinen. Ik onderzocht atlassen over de hemellichamen en de planeten en melde me zelfs aan bij junior-sterrenonderzoekers. Allemaal jongens uiteraard.
Soms dan zette hij de wekker om half vijf en trokken we het bos in op zoek naar Moeflons en braakballen.
Ik ging met mijn vader vissen en wanneer mogelijk namen we de vangst mee naar huis om het door moeders klaar te laten maken.

Ik spaarde fossielen en mineralen en legde een heuse muntencollectie aan. Ons huis was een miniatuur dierentuin, vol met rare wezens zoals slangen, vogelspinnen, hagedissen, kikkerdril en chinchilla's.
En ik vond het allemaal prachtig.

Hier ligt ook de grondslag van mijn passie voor archeologie. De wereld om ons heen is niet alleen oneindig fascinerend en altijd voor inspiratie aanwezig. Het verleden is dit ook.

In mijn kindertijd kreeg ik van pa dan ook een metaaldetector. Veel meer dan wat bomscherven heeft het zoeken hiermee niet opgeleverd. De metaaldetector behoorde toen al tot het stenen tijdperk. Eens dachten we een bom gevonden te hebben. We schakelden de politie in en deze bracht ons later op de hoogte van wat de vondst in werkelijkheid inhield: een emmer!
Maar wat spannend was het om te zoeken naar sporen van het verleden!

Mijn collega heeft deze oude passie weer bij mij aangewakkerd! Vorige week heb ik het boek 'Handboek voor zoekers' bij de bibliotheek geleend en ben ik mij aan het oriënteren op een nieuwe metaaldetector. Een stoere, met allerlei leuke gadgets (dieptemeter, metalendiscriminatie, hij schat zelfs in wat je onder de schotel hebt liggen). Misschien de White Prizm V? Volgend weekend ga ik er één kopen.

Maar dan komt het volgende probleem. Waar ga ik zoeken? In Amsterdam stad zijn er niet zoveel akkers. Ik kan natuurlijk het strand af gaan lopen, maar dat resulteert slechts in hedendaags afval. Ik wil múnten vinden, gespen, kogels voor mijn part. Als het maar een verleden heeft!

Ik denk dat ik maar op de trein naar Wageningen stap.
Paps...
Zin om weer als vanouds naar bommen te gaan zoeken?

zondag, januari 27, 2008

Klassieke letteren

Onlangs kocht ik op de boekenmarkt op het Spui het boekje 'De gouden ezel' van Apuleius.
Het boek heb ik nu bijna uit en het heeft bij mij een oude liefde aangewakkerd: De liefde voor antieke literatuur.

De gouden ezel (ook bekend als 'Metamorphosen') is de oudste volledige Latijnse roman die we bezitten. Hij dateert uit de tweede helft van de tweede eeuw na Christus. De held van het verhaal, een zekere Lucius, wordt op doorreis door Thessalie omgetoverd in een Ezel, maar is in staat als hij zijn menselijke gedaante aan het einde weer hervindt alles wat hij als ezel heeft meegemaakt nauwkeurig te vertellen.

Het boek staat vol met magische, mythologische, schockerende, humoristische, walgelijke en soms uitzonderlijk erotische verhalen. Het bekende sprookje van Amor en Psyche is een van deze verhalen.

Ik kan het nooit laten om tijdens lezing van een klassiek boek te vergelijken met het heden en keer op keer verast het me dat de mensen toen gelijk waren aan de mensen nu. Waarom verbaas ik me daar altijd over? Waarom zijn wij zo vaak in de waan dat we geëvolueerd zijn en ver weg staan van de mens die 2000 jaar geleden, terwijl we in werkelijkheid identiek zijn? Waarom heb ik de antieke literatuur nodig om me dit duidelijk maken en waarom heb ik de behoefte om deze bevestiging keer op keer te krijgen?

Een andere reden voor mijn liefde voor Antieke literatuur heeft dezelfde grondslag als de passie voor Archeologie: Dat hetgene wat de tand des tijds overleeft een meerwaarde heeft.Een geschrift dat het tussen de ontelbare geschriften voor elkaar krijgt om keer op keer herschreven en herdrukt te worden, niet te verdwijnen, moet wel een schoonheid, een waarde of een tijdloosheid bezitten.

Gisteren was er de niet-commerciële boekenbeurs van de Vincentius stichting in de Eusebius kerk in Arnhem. Ieder jaar kom ik hier vandaan met boekenpareltjes en dit maal heeft mijn hernieuwde interesse in de klassiekers duidelijk mijn keuze bepaald. Ik kwam thuis met een geloofschrift van Alexander Comrie uit 1754 (gewoon omdat ik het niet kon laten, zo oud en zo puntgaaf!), twee delen uit de 1001 nacht (1882!), Voltaire, de lof der zotheid van Erasmus (1939), Onsterfelijkheden (een boek met prachtige brieven uit de klassieke wereld) en een boek genaamd 'de tien geboden, de mens en zijn recht'. Dit laatste herbergt een verzameling feitelijke incidenten van gepleegd onrecht, folteringen en terechtstellingen vanwege bijvoorbeeld echtbreuk of hekserij.

Ook stond ik even met de 3-delige 'Amusante bijbel' in handen. Mijn intuitie vertelde mij om het boek te kopen, het kostte slechts een tientje, maar om onverklaarbare redenen liet ik liggen.
Thuisgekomen google-de ik mijn nieuwe aanwinsten en zocht ik ook even naar de 'amusante bijbel'. Tot mijn schrik bleek dit exemplaar zeer zeldzaam en vrij waardevol te zijn.

Mijn lieve vader bood aan om terug te sjeesen naar Arnhem, en nam dit vrij letterlijk. We werden namelijk onderweg geflitst door een camera.

Het boek heb ik nu gelukkig wel in mijn bezit. De man achter de boekenstand verkocht het mij, verbaasd stamelend 'was jij hier acht uur geleden ook al niet?'.

Eens mens doet rare dingen uit boekenhebzucht.

Ik ben enkel blij dat ik er weer door overvallen werd. Het gevoel is lang weggeweest. Ik liep de laatste maanden verdwaasd rond op de boekenmarkt op het Spui en had het alleen maar koud, voelde geen vonkje warmte.

Maar gisteren spetterde het!

Graag ontvang ik tips over vergelijkbaar leesvoer als 'de gouden ezel'!