donderdag, maart 29, 2007

Polshoogte nemen

Ik ga even polshoogte nemen op Kreta. Kijken hoe mijn huisje erbij ligt, of de buurtkat nog leeft, of de kakkerlakken ondergronds zijn gebleven en de afstand tussen mijn huis en de zee nog hetzelfde is.
Lief gaat mee om zich ervan te verzekeren dat ik weer terugkeer naar Nederland en me niet vergrijp aan een behaarde Kretenzer.

Niet dat ik met die gedachte rondliep, maar zo af en toe vraag ik mij vol verbazing af welke reden de mensen op straat om me heen hebben om hier te blijven wonen. Of doen ze dat vrijwillig, omdat ze hier nu eenmaal toevallig al waren?
Mijn onvermogen om dit te begrijpen geeft wel aan dat deze zomer geen makkelijke rit gaat worden.

Lief doet er verstandig aan me te vergezellen.

dinsdag, maart 27, 2007

De onthulling

Bekijk dit item

Wie zal de Libris literatuurprijs winnen? Wie gaat er met de pot met 50.000 euro vandoor?
En wie is die warrige maar vooral toch ook lieftallige receptionste?

maandag, maart 12, 2007

Kusjens


Hoor nu, hoe gy in den gloed
't Kussend mondtjen zetten moet,
Om het zoetste zoet te koopen.
Niet te dicht, en ook niet open.
Laat één plaatsjen (zoo is 't wel!)
Voor ons beider tongenspel:
Dat mijn zachte tandenbeetjens
Door die balsemige reetjens
Booren mogen zonder pijn:
En uw tongetjen het mijn
Zacht ontmoeten, lieflijk klemmen,
Bevend in uw mondtjen zwemmen,
Tot het, spartlend van vermaak,
Aan mijn tong geschakeld raak.

Pure 19de eeuwse wellust, niet?

vrijdag, maart 09, 2007

Verliefd op het verleden



Gretig in mij opnemend las ik het volgende citaat uit 'Verliefd op het verleden' van Marita Mathijsen:

'In juni, als de lindebomen bloeien, hou ik het meest van Amsterdam. Minstens een kwartier per dag ben ik dan gelukkig, op de heenweg naar mijn werk...'s ochtends op de fiets voel ik me hogelijk bevoorrecht en schaam ik me zelfs een beetje voor het voorrecht door zo'n stad te mogen fietsen. Waar ter wereld mag er zonder enige toeganskaart en zonder restrictie door een museum gefietst worden?'

De beste manier voor mij om van een plek te gaan houden is door me in zijn historie te verdiepen. Moderne kunst en moderne architectuur beroeren mij niet snel, het is verval waar ik schoonheid in vind.
En het overleven van de tand des tijds. Iets materieels dat niet van de aardbol is verdwenen, in welke staat dan ook verkerend.
Het zal wel te maken hebben met de illusie dat niet alles zinloos en vergankelijk is.
Dat er wat blijft. Wat dan ook.
Deze liefde voor het verleden leeft sterk in me. Mijn verzameldrang, mijn liefde voor literatuur en dan met name de klassiekers, mijn strooptochten langs kastelen en ruines en mijn verontrustende aantrekkingskracht tot - het liefst stokoude - kerkhoven.
Ook in Amsterdam zoek ik naar het oude om het nieuwe te kunnen waarderen.


Mijn ontdekkingstocht voerde me naar de Oude kerk op de wallen. De kerk voedde een aantal van mijn fascinaties, incluis de lugubere voorliefde voor grafzuilen. De vloer van de kerk bestaat uit grafstenen en onder de kerk liggen duizenden skeletten. Ik heb er een uurtje rondgestruind en vlak voordat ik weer naar buiten ging, liet ik mijn vinger over de houten kerkbanken glijden. Daardoor kwam ik tot een geweldige ontdekking. De kerkbanken zitten vol met middeleeuwse graffiti! Namen, termen, jaartallen (1536!), zelfs een onmiskenbaar fallussymbool. Op zulke momenten herleeft het verleden en zie ik de kwajongen voor mij zitten die eeuwen geleden, verveeld gapend met een schuine oplettende blik op de pater geworpen, een penis in de kerkbank kerfde.

In diezelfde periode las ik het boek 'verliefd op het verleden', een boek dat goed aansluit op mijn ontdekkingstocht. Het is namelijk een boek dat het verleden verheerlijkt, een intense passie voor 19de eeuwse literatuur herbergt en een aantal sublieme facetten van Amsterdam naar voren brengt. Kortom, op drie niveaus een uitstekende voeding.

Marita Marthijsen is hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Haar boek is een verzameling columns, het had een gebundelde weblog kunnen zijn. In het boek is weer een onderverdeling in vier segmenten, waarvan ik er twee fantastisch vond: 'De lust van het lezen' en 'In de krochten van het verleden' .
De namen van de onderlinge hoofdstukken zijn veelzeggend: 'Boekbevlekking', 'Boekenhypen in het verleden?', ' Verloren bibliotheken' en ' Het bourgondisch lezen'.
Tijdens het lezen van dit boek raakte ik ontroerd en enthousiast. Het zijn de boeken waar wij als mens het meest aan hebben. Boeken die aanzetten tot handelen, dromen en meer willen.
Boeken die de leeslust aanwakkeren. Daarna bevond ik mij op een zoektocht naar Piet Paaltjes 'Snikken en grimlachjes' en zag ik de wellust in Bilderdijks gedicht 'Kusjens'. Ook bracht het mij naar mijn volgende leeskeuze; Ik lees nu Frederiks van Eeden's 'Van de koele meren den doods'. Het boek is leerzaam op een niet belerende wijze.
Wist U bijvoorbeeld dat 'de Juliaanse kalender werd verfijnd door paus Gregorius XIII in 1582, die per vier eeuwen drie schrikkeldagen liet vervallen? In 1582 liet hij ter correctie ook 10 dagen in oktober verdwijnen: de dag die volgde op donderdag 4 oktober, was vrijdag 15 oktober.'

Of dit? 'Ergens in de jaren negentig kwam men erachter dat er nog een slachtoffer extra bij de 1835 doden van 1953 geteld moesten worden. Een kind was geboren in de nacht van de stormramp en diezelfde nacht, nog voordat de naam geboekstaafd stond, verdronken met zijn moeder en haar andere kinderen. Wat een gruwzame kortstondigheid van een bestaan, dat bedoeld was om uit te groeien tot een flink leven! Wat een helse smart voor een moeder die haar barenspijnen beloond zag met een beloftevol kind, en misschien nog voordat het kraambed verschoond was en het jongetje en zij gewassen waren, omkwam in de vloedgolf. Geboren om verdronken te woren.'

In de naam der liefde heb ik besloten om een tijdje in Nederland te blijven. Ik heb Chania ingeruild voor Amsterdam, maar blijf middels een navelstreng verbonden aan Kreta en weiger deze door te knippen. Mijn huisje daar houd ik vooralsnog aan.
Ondertussen doe ik mijn best om Amsterdam te omarmen.
Zodat ik misschien ooit, in de Griekse zon gezeten, met een gevoel van heimwee terug zal denken aan de Amsterdamse grachten en herenhuizen.

vrijdag, februari 23, 2007

De lezende receptioniste

Spijt.
Kan-mezelf-wel-voor-mijn-kop-slaan-spijt.
Dat ik als puber niet het besef had dat verder studeren later poorten zou openen.


Later was de toekomst en die bestond niet en was dus per definitie onbelangrijk.
Mijn oog was toen al gericht op Kreta en een toeristische opleiding leek me de snelste manier om er te komen.
Regelmatig wens ik dat ik een andere droom verwezenlijkt had. Een studie Nederlands, letterkunde of literatuurgeschiedenis.

Nu werk ik dan bij een uitgeverij, op de allerlaagste maatschappelijke trede binnen het bedrijf.
Ik ben er telefoniste/receptioniste.
Met enige jaloezie kijk ik naar de collega’s die in een hogere kaste zitten. Er bestaat nog maar één tree lager…als ik me buiten op de stoep aan het raamkozijn zou vastgrijpen om door het raam naar binnen te gluren.
Schrijvers zijn verbaasd wanneer ik ze herken. Dat verwachten ze van alle anderen binnen de uitgeverij, maar niet van de receptioniste.
Wanneer ik ze vertel dat ik hun boek gelezen heb zie ik consternatie.
De telefoniste leest?

Gelukkig zijn er uitzonderingen. Er bestaan leuke schrijvers. Beroemdheden die aardig en normaal zijn gebleven en graag even babbelen.

En daar doen we het voor!

zondag, februari 11, 2007

Dagboek van een steward

Het fijne aan Marten van de Veen's debuut 'Dagboek van een steward' is dat hij uit de school klapt en de gelegenheid geeft om even naar binnen te gluren in een andere wereld. En dat doen wij Nederlanders graag.

Op de vakantiebeurs begin januari trof ik de auteur aan in een eigen boekenstand. Hij signeerde en verkocht zijn debuut daar.
Ik had al eerder over Marten gelezen (interview in een of ander vrouwenmagazine) en omdat ik zelf in november ook gesolliciteerd had bij de KLM wilde ik zijn boek graag lezen. De wachtrij bij de KLM is zo lang dat ik in september op gesprek kan komen en zou ik uiteindelijk eventueel worden aangenomen, in september 2008 (!) kan beginnen. Voldoende gelegenheid om me voor te bereiden dus.

TM Trademark -de uitgeverij van Marten- heeft er werkelijk alles aan gedaan om dit boek het predikaat chicklit mee te geven. Welke zichzelf respecterende man koopt een boek met op de voorkant de opmerking: 'Grappig en soms shocking' (Cosmopolitan) en op de achterkant de woorden: 'Dit waargebeurde en verrassend goed geschreven boek is een must als je een carrière in de lucht overweegt.' (Viva)?
Slik. Het mag dan wel waar zijn, maar de Cosmo en de Viva?
Toch laat ik me niet zo snel afschrikken, zelfs niet door de knappe knop van Marten die op de voorkant prijkt (een blik op internet geeft ook al snel te kennen dat hij als model bijklust).

Zelf ben ik de afgelopen dertien jaar werkzaam geweest als standplaatshostess in Griekenland en voor mij was zijn boek een feest van herkenning.

Net als Marten was ik het visitekaartje van een bedrijf, die middels een glimlach de gasten verwelkomde. Ik was een onderdeel van de gebakken lucht die een reis in werkelijkheid is. Mensen betalen voor een foto in een brochure of een gevoel dat het reisburo ze meegeeft en ik moest er verdomde hard mijn best doen dat dit plaatje standhield.
Indruk en herkenbaarheid zijn erg belangrijk, daarom moeten ook de hostessen altijd onberispelijk in hun uniform gestoken zijn. Veertig graden celcius in de schaduw en toch op de luchthaven gilet aan, sjaaltje om en de voeten in dichte schoenen gestoken!
Deze uniformen zijn niet altijd even modieus of flaterend. Ik herinner me een zomer dat ik voor OAD werkte en in een kanariegeel outfit rondliep. Kanariegeel staat me niet. Volgens mij staat Kanariegeel niemand.

Dit werk is hoe dan ook uitermate verslavend. Na al die jaren wil ik nu een switch maken, maar ik zal het zeker gaan missen. Het is een 'ons kent ons' wereldje, waar buitenstaanders niet bij horen. Je geniet veel aandacht wanneer je in je uniform rondloopt. Restauranthouders, winkels, hotelbars, ze hopen allemaal dat jij je gasten naar hun toe zult verwijzen en proberen je daarom te paaien met gratis drankjes, fikse kortingen en andersoortige liefdadigheid. Dat die aandacht niet oprecht is, nam ik op een gegeven moment maar voor lief. Ik vind het namelijk prettig wanneer mensen de gehele dag aardig tegen me zijn. Prettiger dan afgesnauwd worden.
Dat krijg je al voldoende van ontevreden gasten, die je helemaal niet als vriend beschouwen maar als een middel om hun zin te krijgen.
Het werk heeft vele leuke kanten. De afwisseling, het onverwachte, de zelfstandigheid en de zonovergoten werkvloer.
De laatste jaren zijn de negatieve kanten echter zwaarder gaan wegen. Toen ik begon te werken als hostess waren er nog geen mobiele telefoons (haast niet meer voor te stellen). Nu moest ik dat rotding altijd bij me dragen en kon hij ook dag en nacht afgaan. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week sta je op standby. Niet fijn als je vanwege vermoeidheid op je tandvlees loopt. Ik heb wel eens op het punt gestaan hem in zee te mieteren.

De salarissen en werkvoorwaarden zijn de laatste jaren dramatisch verslechterd. Dertien jaar terug betekende een fulltime baan als hostess dat je een stuk of acht hotels onder je had in een gebied van hooguit dertig vierkante kilometer. Vorig jaar startte ik met drieënveertig hotels in een strook van honderdtwintig kilometer.
Heb je het geluk om voor een grote touroperator te werken dan loopt je contract waarschijnlijk via OSP Zwitserland en heb je dus geen recht op een uitkering wanneer je werkeloos wordt en spaar je ook niet voor je pensioen!
Omdat het een gewilde job is voor jonge meiden die er even een jaar tussenuit willen en bereid zijn te werken voor kost en inwoning, ben je zo vervangbaar als de pest. Voor jou tien anderen.
Gelukkig bestaan er nog enkele bedrijven die liever mensen in dienst hebben die wat ouder zijn en kennis van zake hebben. De touroperator waar ik de afgelopen jaren voor werkte was selectiever in zijn keuzes.

Standplaatshostessen (voor 80% vrouw, de mannen die voor dit beroep kiezen zijn grotendeels niet heterosexueel geaard) worden primair geselecteerd op uitstraling en mondigheid. Ze komen uit allerlei vakgebieden. Ik ken collega-hostessen met een wiskundige achtergrond, uit de horeca afkomstig, een ex-psychiater, een student Russisch, een DJ, en een leraar. Ik behoor tot de minderheid met mijn afgeronde toeristische opleiding.

Na dertien jaar zou ik een boek kunnen schrijven over situaties waarin ik met gasten verzeild was geraakt. Een orgie die uitmondde in een vechtpartij, plas- en poepsex op hotelkamers, ranzige ziekenhuisopnames door dubieuze artsen, een sterfgeval waarna het ziekenhuis het presteerde het verkeerde lijk naar Nederland toe te sturen, gasten die je midden in de nacht wakker bellen omdat het toiletpapier op is, het is maar een greep uit de ontelbare herinneringen.

Dit is nu exact wat Marten van der Veen (overigens afgestudeerd psycholoog) heeft gedaan. Hij heeft alle smeuïge details opgetekend, de voordelen en de nadelen in zijn boek verwerkt en daarnaast verteld hij enthousiast over de verre landen die hij door zijn baan kon bezoeken. 'Dagboek van een steward' is een aanrader voor elke man of vrouw die affiniteit heeft met het toerisme of er werkzaam in is (geweest).
Na het lezen van zijn boek twijfel ik of ik nog wel op gesprek wil bij de KLM in September. Ik kan namelijk niet zo goed tegen slaapgebrek en nachten doorhalen lijkt me geen goed vooruitzicht.

Marten heeft na vier jaar vliegen ontslag genomen en werkt nu aan zijn tweede (niet-biografische) roman. Dat is nu eens een leuke baan!