zondag, september 17, 2006

En tot slot, mijn zoon, nog deze waarschuwing: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af.

De boeken die ik lees komen min of meer toevallig op mijn pad. Ik vind het wel wat hebben, deze selectie door het lot.
Wanneer ik in Nederland ben in de maanden met de R in hun naam, duizelt het me vaak door de vele mogelijkheden. Hoe moet je in godsnaam juist kiezen wanneer het aanbod zo groot is?
Ik ben altijd op zoek naar dat ene boek dat me dusdanig naar de keel grijpt en me gebrandmerkt achterlaat.
Zo af en toe tref ik een dergelijk boek en elk ander boek wordt in datzelfde licht gelezen. Die boeken zijn zeldzaam. En wat ik al kan lezen is te beperkt, daarom moeten er keuzes gemaakt worden. Niets zo frustrerend als nutteloos lezen, mijn tijd verknoeien aan een boek dat mij niets doet.

De afgelopen week is er een behoorlijk aantal boeken in mijn thuisbibliotheek bijgekomen. Dat verblijd me enerzijds maar verstikt me ook een klein beetje (overigens niet op een wijze dat het me niet tegelijkertijd verheugende kriebels geeft).

Hoe moet ik dit in hemelsnaam in de kleine twee maanden dat ik hier nog ben doorlezen? Mijn baas heeft er maling aan dat ik eigenlijk geen tijd meer over heb om te werken. En mijn vrienden zouden het niet begrijpen wanneer ik mijn avonden liever met mijn boeken zou spenderen. Kortom: ik zal me neer moeten leggen bij het feit dat ik nu ook hier knopen moet doorhakken.

Wat zoal mijn bibliotheek de afgelopen week verrijkt heeft?

‘gevonden in hotelbibliotheken’:

  • ‘De stads gods’ van E.L. Doctorow
  • Het verborgen museum’ van Edward Carey
  • ‘De correcties’ van Jonathan Franzen
  • ‘Laatste zomernacht’ van Maarten ’t Hart
  • ‘Zuiderkruis’ van Pauline Slot
  • ‘Lof der Simpelheid’ van Gerrit Komrij
  • ‘Sneeuw’ van Bernlef
  • Love van Susanna Tamaro
  • ‘Uitgeverij Guggenheimer van Herman Brusselmans
  • ‘Speelkoorts’ van Theo Kars (dit boekje is al half uit, wat kan die man lekker schrijven zeg, glijdt als verrukkelijke wijn naar binnen). De naam van de auteur kwam me bekend voor, maar ik kon het niet direct plaatsen. Na wat onderzoek op Internet kwam ik tot de verrassende herontdekking dat de –door mij al eerder geroemde- memoires van Casanova door Theo Kars vertaald zijn. Ze beslaan een halve boekenplank in mijn kast, tesamen met een aantal biografieën over Casanova. Hulde mijnheer Kars! Nu ik wat meer over Theo Kars op Internet gevonden heb, begrijp ik zijn adoratie voor Casanova. Theo Kars heeft enige jaren in de gevangenis doorgebracht vanwege verduisteringspraktijken. Het geld dat hij hiermee verkreeg gebruikte hij ter publicatie van een literair magazine. Later heeft hij over deze periode nog enkele boeken geschreven. Ook zijn liefdesleven werd door velen besproken en vergruisd, Theo Kars heeft een aantal jaren een liefdesrelatie gehad met twee zussen. Het werd ooit gezegd over Casanova en ik vind dat het ook op Theo Kars mag worden toegespitst: ‘Wie zo schrijft mag zo leven’.

‘gevonden in de tweedehandswinkel in Chania

  • ‘Uitgesproken, opgeschreven’ – Essays over achttiende-eeuwse vrouwen, een bosgezicht, verlichte geesten, vorstenlot, satire, de pers en Vestdijks avondrood van Hella Haasse
  • The United States in LiteratureAmerica Readsthe Classic edition (1000 pagina’s tellend boek over Amerikaanse literatuur, een verzameling korte autobiografieën van alle kopstukken der American Literature met vervolgens een kort verhaal of een lang citaat van deze auteur). Prachtig boek, kostte me 4, 50 euro en weegt zeker een kilo of vier. Vraag me af waarom iemand dat vanuit Amerika naar Kreta meesleept om het vervolgens in een tweedehandswinkel te dumpen.

‘gevonden in mijn postbak’

  • ‘Het cijfer zeven’ – Verhalen van Chaim Potok
  • ‘De rechtvaardiging’ (The Chosen) van Chaim Potok

Van mijn lieve paps en mams via de post gekregen, door hun gekocht tijdens een bezoekje aan de Slegte te Arnhem.

‘gevonden in de boekhandel’

  • ‘O mikros Pringipas van Antoine de Saint-Exupery ofwel 'de kleine prins' in het grieks. Vroeger al gelezen, heerlijk onschuldig boekje, nu maar eens in de griekse taal herlezen.

Wat is het bestaan van het Internet overigens een verheugend feit! Zo is het mogelijk dat ik de vrijdageditie van het NRC met hun heerlijke boekenbijlage (dit maal een special: Tien jaar boeken) hier (op Kreta) heb kunnen kopen. Eerst die maar verorberen, dan Meir Shalev’s ‘Vooral over de Liefde' uitlezen –uitmuntend, daar ga ik zeker nog een log aan wijden- en dan kan ik aan de stapel beginnen.

De eerste 8 titels ‘gevonden in hotelbibliotheken’ zeggen mij weinig. Wat moet ik nu lezen, en wat kan wachten? Tips, iemand?

NB: Citaat logtitel: Prediker 12:12

dinsdag, september 12, 2006

De leeservaring beïnvloeden

Augustus is godzijdank achter de rug en hopelijk krijg ik weer de verdiende tijd en rust om te lezen. Ik ben het toeristenseizoen beu en verlang naar stilte. Zo heb ik mijn geheime vluchtplekken. Het laatste mooie plekje in kato-platanias (Platanias begint helaas het Chersonissos van west-kreta te worden) is een klein vissershaventje. Het ziet eruit zoals elk pittoresk Grieks haventje: witblauw gekleurde, tegen elkaar klotstende bootjes. Een pier met een op een emmer gezeten Griek met hengel, vissend in een azuurblauwe zee. Tussen twee Tamarisken staat een houten bankje dat uitkijkt over de vissershaven. Mooiste plekje in Platanias en vreemd genoeg zit er nooit iemand.

Zo af en toe valt er een pauze in mijn werkschema en dan zit ik daar een half uurtje te lezen en te mijmeren. Woensdagochtend heb ik tot mijn genot een uur lang daar gezeten, Joe Speedboot lezend.

Donderdagmiddag en vanmiddag ben ik naar Drakanias gereden. Drakanias is een uitmuntend Kretenzisch restaurant, ongeveer 4 km van Platanias verwijderd.

Het ligt aan een rivier temidden van een klein platanenwoud. Toeristen komen er haast niet, wel Griekse gezinnen. De eigenaar vertelde me ooit dat het ook een populaire stek is onder vreemdgangers, verboden koppels reizen gerust een uur om zich hier onder de platanen te verstoppen. Hier heb ik genoten van een heerlijke maaltijd, in combinatie met wijn en Goethe’s Faust. De plek om je te laten betoveren door dit magistrale boek. Vanmiddag heb ik er gelezen in een boek van Meir Shalev, onderwijl genietend van een eenvoudige (maar zeer voedzame maaltijd) en een goed glas wijn.

Fijn is dat, om in de gelegenheid te zijn om mooie boeken te kunnen lezen in een mooie omgeving. Ook omdat het weer zich er hier toe leent en omdat het gemakkelijk is om je hier af te zonderen. Ik heb nu al een deken in mijn auto gelegd. Wanneer ik de gelegenheid heb wil ik graag meer Faust lezen, gezeten tegen de muur van het kasteel Aptera.

Lezen op een mooie lokatie...waarom? Je kunt je immers net zo goed in je favoriete stoel nestelen om jezelf te verliezen in een mooi verhaal, niet? Wil men niet juist andere zintuigen uitschakelen wanneer men een boek leest? Niet gestoord worden door geluiden, maar juist on-gestoord opgeslokt worden?

Maar soms kan het inschakelen van andere zintuigen de leeservaring enorm versterken. Elke lezer weet dat er één absoluut onmisbaar gegeven aanwezig moet zijn om van een boek te kunnen genieten.
Ik denk zelfs dat het het enige vereiste gegeven is: Innerlijke rust.
Onbreekt innerlijke rust dan veranderen de zinnen in een massa betekenisloze woorden. De strekking komt niet over, de poëzie raakt niet meer en de schoonheid gaat verloren. Zonder innerlijke rust geen concentratie, zonder concentratie geen diepgang.

Misschien ben ik een romanticus, maar ik ervaar innerlijke rust sterker (het moet immers al wel in mij aanwezig zijn) wanneer ik in de nabijheid ben van de schoonste scheppingen van zowel mens als natuur. Dan lezen is een heerlijkheid. En af en toe mijmerend, de woorden in me opnemend voor me uitstaren is eveneens een genot (en tijdens het dromen komt er een Griek op scooter met een reusachtige hengel langstuffen...mijn bewondering is groot!).

Er zijn nog meer manieren om middels gebruik van andere zintuigen een leeservaring te verrijken. Ik denk dan zo aan:

Lezen op lokatie: Wanneer je bijvoorbeeld op vakantie bent in Griekenland, Kazantzakis lezen. De Griekse geuren, het landschap, de taalklanken, alles om je heen versterkt de leeservaring (en vise versa! Lezen over een bepaalde omgeving in die omgeving kan het enthousiasme ervoor immers ook vergroten). In het 'lezen op lokatie' bestaan twee stromingen; Je kunt ervoor kiezen om een boek te lezen dat zich in de omgeving (of in de omstandigheden) afspeelt waar je je bevindt (De grote rode treinreis in de trein, Hemingways 'Old man and the sea' tijdens een cruise etc. etc.). Je kunt er ook voor kiezen om een boek te lezen op de bestemming waar het boek zijn oorsprong vond, waar de auteur zich liet inspireren (Kafka in Praag, Casanova in Venetie, Goethe in Weimar) en vervolgens in de voetstappen van de schrijver stappen. Geweldig om dit te combineren met een bezoek aan een museum gewijd aan de schrijver of het huis waar hij/zij ooit woonde.
Voor aanbevelingen kan ik van harte Pieter Steinz ‘lezen op lokatie’ aanraden!

Of in de eigen huiskamer: Jezelf omringen met de sfeer uit het boek. Speelt het verhaal zich af in de jaren twintig? Draai muziek uit die periode . Zit de hoofdrolspeler het grootste gedeelte van het boek in een bruine kroeg? Wat let je om daar samen met hem te gaan zitten? Breng het boek naar buiten, blaas het leven in, laat je inspireren en ik durf te wedden dat een mooi boek op een dergelijke wijze onvergetelijk zal worden.

Zijn er meer mensen die gebruik maken van middelen om de leeservaring te beïnvloeden? En leest U wel eens op lokatie?

dinsdag, september 05, 2006

Boekrecensies, wat heb je eraan?


Ik las onlangs de recensie van Ezra Cohen op literatuurweblog over een boek van Arjen Lubach en enkele verhitte commentaren die daarop volgden.
Ben ik nu de enige die vindt dat een boekrecensie zeer persoonsgebonden is?
Literatuur is een kunstvorm en wat jou raakt kan mij compleet koud laten. Ik ga uit van één basisvereiste met betrekking tot een geschreven boek: het is niet belabberd geschreven (en ook hierover kunnen uiteraard de meningen verschillen, maar ik ga er toch een beetje vanuit dat een beetje recensent al na een bladzijde, misschien zelfs na enkele zinnen slechte schrift eruit haalt).
Verdere be(of ver-)oordeling van het boek komen neer op smaak. Ligt het genre je? (Ik houd zelf niet zo van detectives en thrillers). De stijl, de woordkeuze, past het bij je? Boeien de onderwerpen je? Pakt het boek je?
Een pragmaticus zal wellicht een vernietigende recensie schrijven over een boek waarin romantiek hoogtij viert. Magisch-realisme zal waarschijnlijk niet besteed zijn aan een broodnuchter persoon met geen enkele hang naar spiritualiteit. Wil dat zeggen dat het geen goed boek is? Nee, toch?
Ikzelf kwam met geen mogelijkheid door Mulisch zijn ‘Ontdekking van de hemel’ en Kerouacs ‘On the road’. Zijn dit dan slechte boeken? Nou, eigenlijk wel ja, maar het mooie van literatuur (en kunst algemeen) is dat mijn buurman een andere mening hierover kan en mag hebben. Ik hoef hem dan niet meer serieus te nemen, maar dit terzijde.
Wat heb je dan aan recensies wanneer deze persoonsgebonden zijn?

De kunst is om recensenten te vinden die jouw smaak delen; En dat is nu het mooie van webloggen. Ik heb een aantal boekenbloggers gevonden die –wat boeken betreft- gelijkgestemde zielen zijn en wiens tips voor mij werkelijk waardevol zijn. Ik lees graag recensies en ik probeer door de regels heen te lezen om eruit te kunnen halen wat mij zal aanspreken. Ook een minder positieve recensie kan door bepaalde steekwoorden mijn aandacht trekken.
Met boeken is het eigenlijk net als met mensen: ze moeten je aanspreken en ze moeten je liggen. Soms is het liefde op het eerste gezicht, maar we vallen heus niet allemaal op hetzelfde type.
Gelukkig maar.

zondag, augustus 20, 2006

Pyrofani Poems van Roger Green


Stel je eens voor:

Je schrijft wel eens wat en na veel geploeter en gezweet lukt het je om je boek gepubliceerd te krijgen, zowaar voorzien van een ISBN en te bestellen via www.amazon.com. Laten we eens zeggen dat dit boek bijvoorbeeld 'Hydra and the bananas of Leonard Cohen' heet (zie link).
Ik kan me indenken dat je dan best trots bent.

Vervolgens publiceer je een gedichtenbundel. Kolderige spotgedichten. Op rijm, dat dan weer wel (en dat kan tegenwoordig toch niet meer...gedichten op rijm), maar ach, je bent van die oude stempel die daar nog een nostalgische charme in ziet. De gemoderniseerde gedichten zijn niet zo aan jou besteed.

Op een zwoele avond ontmoet je een bijzondere vrouw en 'fellow poet', genaamd Sallie. Na wat gezamenlijk dronken gebral in de ruimte ren je naar huis om terug te snellen met een gesigneerde kopie van je boek, voorzien van enkele oprecht gemeende woorden: 'For Sallie, Fellow Poet. With love & fellowship, Roger / Athens'.


Sallie zie je nooit meer terug, zij gaat op doorreis naar Kreta voordat ze weer naar het koude Engeland terugkeert.

Op maandagmorgen treft de hostess van een touroperator in Chania je afgedankte boek aan in de hotelbibliotheek, tussen de kasteel- en streekromannetjes. Ze vraagt zich af: waarom doet iemand afstand van een gesigneerd boek met een persoonlijke opmerking daarin? Was het jaloezie van een minder getalenteerde dichteres? Of vond ze zijn gedichten zum kotzen?

Ik zal het wel nooit te weten komen (al kan ik de schrijver natuurlijk gewoon opbellen om het hem te vragen, zijn telefoonnummer staat in het boekje vermeld).
Desondanks wil ik jullie de het volgende fragment niet onthouden:

On Mount Olympus one peaceful day
Zeus was fiddling with a lump of clay,

Before he could let off a thunder-clap

He'd shaped it into a handsome chap

And popped him into the oven to bake

Just as though he had been a cake.
He showed the fellow to Hera, his wife
And asked: 'Shall I give him the breath of life?'

'Zeus my dear, what
have you been cooking?
I must say he is rather good-looking.
Go ahead, darling and animate him

And, if you don't mind, I'd like to date him'

'All right, he lives. But you can forget
Any lustful plants to make him your pet...

Unfortunately, as Zeus was dreaming,
Along came sexy Apollo screaming:

'You know I won't suffer a mortal to be

More hansome or better endowed then me!'

Citaat uit: Pyrofani Poems van Roger Green

woensdag, augustus 09, 2006

Chaim Potok

Ik heb er oog voor gekregen.
Zelfs op een afstand van ruim 30 meter herken ik een nederlandstalig boek en kan ik meestal inschatten of het wat is of niet. Vreemd maar waar.
Recent gepubliceerde nederlandstalige boeken zien er vrij uniform uit: kaft (kleur, vorm, hoe ingenaaid), Lettertype en de formaat van het boek.
Vorige week zag ik dan ook, terwijl ik een meeting gaf aan mijn nieuwe gasten, vanuit mijn linkerooghoek een nieuw boek in de hotelbibliotheek staan, waarvan ik bijna zeker wist dat het wat was. Waarschijnlijk heb ik er een zintuig voor ontwikkeld (het boekenontdekzintuig). Hoe dan ook, het was gewoon pijnlijk om mijn meeting eerst te moeten afmaken voordat ik daadwerkelijk kon gaan kijken welk boek mijn aandacht had getrokken.
Het was ‘Oude mannen om middernacht’ van Chaim Potok.
In mijn tas gestoken en de dagen daarna gelezen.
Ik had nog nooit iets gelezen van Potok. Een blik op internet opende een wereld waar werd gesproken over Potokiaanse thematiek en symboliek. En ik verkeerde tot gisteren in complete onwetendheid, me enkel bezig houdend met Deboriaanse thematiek.
Maar nu ben ik ingewijd in deze Potokiaanse thematieken. De termen kweken de suggestie dat zijn boeken moeilijk te verteren zijn, doorspekt met ingewikkelde woorden en onleesbare filosofische verhandelingen. Maar niets is minder waar!
De thema’s die Potok bespreekt zijn zwaar - zeer zwaar - maar hij beschrijft ze met een ongelofelijke tederheid, die uitermate ontroerd.
‘Oude mannen om middernacht’ is een trilogie, waarin Davita Chandal een belangrijke rol speelt (volgens de kaft heeft ze de hoofdrol, ik heb dit echter niet zo ervaren). De bundel bevat de novellen: De arkenbouwer, De oorlogsdokter en De troop-leraar.
De beschrijvingen van ogenschijnlijk onbelangrijke personen in de verhalen maken het meeste los bij de lezer. De dokter die ware interesse toont, de arkenbouwer Reb Binyomin, het waren deze korte ontmoetingen met vreemdelingen die de hoofdkarakters verheven, nietig maakten, maar uiteindelijk hielpen overleven.
Wat ik uitzonderlijk vond aan deze trilogie is hoe Potok met zulke eenvoudige bewoordingen vreselijke ervaringen te boek kon stellen.
Het zijn wreedheden die nauwelijks te beschrijven zijn, en toch heeft hij het voor elkaar gekregen, met een pijnlijke zachtheid en zonder ook maar een seconde vulgair of obsceen te worden.
Ook trof ik de afgelopen week in het voorbijgaan ‘Het doorgeefmeisje’ van Paul Koeck en ‘Nieuwe buren’ van Saskia Noort aan. Boeken van een ander niveau, naar ik vermoed doorspekt met obsceniteiten. Mag ook wel eens, zo af en toe, niet?
In ieder geval: Potok is een blijver, ik ga in de toekomst zeker meer van hem lezen!

donderdag, augustus 03, 2006

De Bibliofiel


Een leven zonder boeken is steriel,
je laat te weinig in je hoofd gebeuren.
Want boeken openen gesloten deuren,
behalve voor de ware bibliofiel.

Die koopt zijn boeken louter om hun kleuren,
de linnen rug van eersteklas textiel,
en of de inhoud hem nu wel beviel,
daar hoor je hem maar zelden over zeuren.

Het gaat hem om het boek als stof'lijk blijk
van zetkunst, drukkunst en geschept papier :
een voorwerp dat je liefderijk kunt strelen.

Alleen de aanblik doet hem maar plezier,
hij leest het niet , het staat alleen te kijk,
de inhoud zal hem daarom nooit vervelen.

Nico Scheepmaker
uit "Niet nog een Boek"