Over Boeken. Over Amsterdam. Over Kreta. Over metaaldetectie & amateurarcheologie, the good and the sad, katten & allerlei hersenspinsels. Maar vooral over boeken.
donderdag, augustus 03, 2006
De Bibliofiel
zondag, juli 30, 2006
maandag, juli 24, 2006
Lezen om jezelf te vinden?
Een hoofdstuk in 'De romantische school' handelt over leesvoer.
Volgens Alain de Botton bestaan er twee literaire benaderingen:
Lezen om aan jezelf te ontsnappen
"Hoewel Eric veel las, was het niet onredelijk te zeggen dat deze activiteit vrij was van enige nieuwsgierigheid, want hij las niet om dingen te ontdekken, maar voornamelijk om te voorkomen dat hij erop zou stuiten. Hij was niet op zoek naar overeenstemming; als hij al bang was, was zijn eigen angst het laatste waarover hij wilde lezen...Hij was sinds lang van mening dat het proces van zelfonderzoek en zelfdoorlichting geen enkel doel diende en in de genetische opbouw van de soort slechts overleefd had door een gril van de evolutie, in overbodigheid vergelijkbaar met de milt of de blinde darm."
Lezen om jezelf te vinden
"Alice vond een boek alleen het lezen waard als het op een of andere manier behulpzaam kon zijn bij haar leven. Daarmee maakte ze zich schuldig aan wellicht de grootste zonde die een lezer in de ogen van een kundig literair criticus met een boek kon begaan - ze wilde er iets aan hebben. Een lezer zou immers niets moeten willen, boeken hadden geen doel -stofzuigers en oliepompen hadden een doel, maar men was het er toch zeker over eens dat kunst omwille van kunst bestond? Men herinnert zich hoe Nabokov diegenen ridiculiseert die boeken lezen in de hoop er iets van te leren - ervan te leren! Was dat niet even ridicuul als proberen je trek te stillen met kaviaar?"
"Voor een kort moment kan de lezer, gezeten in een treinwagon die door het verdonkerde land ratelt of in een vliegtuig op een nachtvlucht, het gevoel krijgen dat hij zijn verbondenheid met een groter geheel dan zichzelf realiseert, met de mensheid, en een plotselinge vlaag van sympathie en begrip voelt voor zijn medepassagiers en al degenen die hij voordien als vreemden had geweerd..."
Mijn leesgedrag is een combinatie van beiden: alleen al de gedachte dat ik aan het einde van de dag in mijn boek verder kan lezen ontspant onmiddelijk, zelfs wanneer het plan door tijdgebrek of vermoeidheid uiteindelijk in het water valt. Soms lees ik om mijn gedachten te stillen.
Vanochtend, in de auto op weg naar Rethimnon heb ik bij de volgende dingen stil gestaan:
- Zou ik nog op tijd bij mijn eerste hotel zijn om even een ontbijt naar binnen te duwen?
- Hoe leert men rust te vinden in zichzelf en bij een ander?
- Hoe zit dat nu met het onzekerheidprincipe van Heisenberg, hoe kan nu een subatomair deeltje tegelijkertijd zowel golf als deeltje zijn, totdat we of zijn plaats of zijn snelheid vaststellen?
- Wat heb ik in godsnaam gemeen met de automobilist voor me die als een slak blijft rijden? (Het lezen van Deepak Chopra heeft vast en zeker invloed op deze laatste vragen) en
- Stel nu dat die berg, waar ik vier keer per week (op weg naar Rethimnon) op uitkijk, ineens verdwenen zou zijn, zou ik dat dan doorhebben? Of zou ik enkel door een ongemakkelijk gevoel bekruipt worden dat er 'iets niet klopt?'. Of zou ik helemaal niets merken?
U raadt het wel: die maalstroom in mijn hoofd wil zo af en toe wel eens gestilt worden door andermans gedachten.
Toch lees ik hoofdzakelijk "om mezelf te vinden", inderdaad, om iets te leren. Ik geloof dat je enkel door ervaringen kunt groeien en een boek je die kans kan geven. Er bestaan boeken waarbij jij, de lezer, de ervaring 'meevoelt' - incluis het scala aan emoties dat daarbij hoort - de ervaring 'doorleeft' en dus vanuit je luie stoel 'groeit' (jaja).
Ik kan nu eenmaal niet alles zelf ervaren, te weinig tijd, te weinig mogelijkheden (en geloof me, ik doe mijn best!) en vooral te weinig energie.
Maar U: waarom leest U: om aan uzelf te ontsnappen of om uzelf te vinden? Of bent U het in het geheel niet eens met deze stelling?
maandag, juli 03, 2006
Franz Kafka
Maar toch ‘Amerika’ opengeslagen en een kans gegeven.
Wat een schrijver! Wat een schrijver!
Je zou je haast gaan verheugen over het feit dat zijn vader zo’n wrede man was en dat er nog geen prozac bestond, anders was er misschien nooit een Kafka uit Kafka gegroeid.
vrijdag, juni 23, 2006
Een man om nooit te vergeten
Een paar dagen terug kreeg ik van een client een zak met tijdschriften. Thuisgekomen ondekte ik er een kleine rainbowpocket tussen, genaamd: ‘Een man om nooit te vergeten’, samengesteld door Emma Brunt.
In dit boekje staan 18 verhalen opgesteld, van met name schrijfsters (oa Helga Ruebsamen, Manon Uphoff, Jessica Durlacher, Lulu Wang, Elsbeth Etty, Nilgul Yerli) over die ene man in hun leven die zij nooit vergeten zijn.
Wat een heerlijk boekje en wat jammer dat het maar 140 blz. dik is! Ik heb hier tenenkrommend van genoten!
Over Helga Ruebsamens zeeman (‘Ik houd van macho, en niet van die vriendelijke, begrijpende figuren die het huishouden voor je willen doen’) die ze op een dag betrapte in haar mooiste jurk. Over Mensje van Keulens lover die per ongeluk zijn liefdesbrieven verwisseld had en haar de verkeerde brief stuurde, bedoeld voor zijn andere geliefde.
Het boekje (en dat doen goede boeken nogal eens) stemde tot nadenken. Wie is mijn ‘man om nooit te vergeten?’
In de eerste instantie kwamen mijn eerste liefdes in gedachten de revue voorbij. Mijn eerste-bijna-kus. Ik had hem echter op het moment supreme zo angstig aangestaard, dat hij niet meer durfde. De volgende dag vloog hij terug naar Vancouver en schreef ik hem een jaar lang gepassioneerde liefdesbrieven. Slechts eenmaal kreeg ik een kaart terug. Ik vernam later dat zijn moeder bij hem had aangedrongen deze te schrijven en zij hem op de post had gedaan.
Daarna was er de Griek-Australier, mijn eerste keer smoorverliefd. Vijftien was ik, twee weken waren we samen en tot op de dag van vandaag kan ik me woord voor woord onze gesprekken herinneren. Hij was met stip de slechtste kusser ooit, en toch heb ik er gedichten over geschreven. Ach, l’amour, die eerste liefdes, wanneer je overrompeld wordt door dat prachtige gevoel en denkt, eindelijk: ik ben gelukkig, het begin van het sprookje is aangebroken. Je bent er van overtuigd de man van je leven te hebben ontmoet en verwacht wonderen van de liefde. Toen die wonderen niet standhielden voelde ik me bedrogen. Niet zo zeer door ‘de mannen’ (ik ben nooit op dat punt geraakt) maar door het leven waartoe ik gedoemd was. Mijn hart gebroken en diep ongelukkig, kon ik me niet inbeelden dat dat vreselijke gevoel ooit weer voorbij zou gaan. Ik zou voor de rest van mijn leven ongelukkig blijven. Toen dat gevoel ook weer sleet, ben ik de liefde (en vooral mijzelf) een ietsiepietsie minder serieus gaan nemen.
Dankzij Jojo weet ik nu wel beter.
Ik ben buiig, egocentrisch en soms gewoonweg on-uit-staan-baar. Niet dat Jojo het slechtste in mij naar boven haalde, het lukte mij simpel niet meer om het aardige meisje een paar jaar lang te blijven spelen. Dat was ik nu eenmaal niet (de schok was voor ons beiden even groot).
Ik ben hem zeer dankbaar;
Toen ik nog een aardig meisje was, moest ik wel vervloekt zijn tot een verschrikkelijk liefdeslot. Pas op het moment dat ik inzag wat een ongelofelijke trut ik kon zijn dacht ik: ‘Zeg... Misschien heb ik er zelf ook nog wel een handje in.’
Het was een openbaring.
Daarom... is hij de man om nooit te vergeten.
Uiteraard ga ik hem dit van mijn leven niet vertellen (nog altijd bevriend), hij zou een week glunderend rondlopen als hij het bovenstaande wist (af en toe: ‘Zie je wel! Zie je wel! uitroepend) en dat is nu ook weer niet de bedoeling.
zondag, juni 11, 2006
Kakkerlakkenplaag
Zo’n moment had ik een paar dagen terug...
Ja hoor...twee reusachtige kakkerlakken...
Na de twee indringers te hebben geelimineerd dacht ik...kom laat ik uit voorzorg de kieren onder de voordeur met gif bewerken.
Ik spoot er wat gif in en binnen enkele seconden sprong er een heus kakkerlakkenleger naar buiten! Tientallen, tientallen, tientallen reusachtige monsters (zeker 8cm lang!), alsof ik me in een horrorfilm bevond!
Samen met de buurman ben ik een uur bezig geweest gif in alle kieren en hoeken van het huis te gieten en de daaruit springende beesten te vermoorden. Het zal voor omstanders waarschijnlijk een vreemd gezicht geweest zijn, van een afstand zag je mij, met bezem in de hand, her en der op de grond slaande en onderwijl vreemd dansend om de monsters geen kans te geven mijn broekspijpen in te kruipen.
Uitgeput, die nacht geen oog dicht gedaan. Met alle lichten aan geslapen (kakkerlakken zoeken toch het donker op? Toch? TOCH?) en de deuren met handdoeken gebarricadeerd...desondanks bleef ik attend op elk miniem geluidje, elk zuchtje wind.
U begrijpt, ik moet dit slagveld nog geestelijk verwerken.
Ik doe mijzelf meestal voor als een zeer tolerant, ruimdenkend mens, maar ik geef het toe: ik ben een racist.
Sorry mensen, maar zodra ik van iemand verneem dat hij lezen en boeken haat, liever de film van het boek gaat zien, dan heb ik mijn oordeel klaarliggen.
Ik denk dan: ‘Hij/zij heeft de intelligentie van een gemiddelde kakkerlak’ –om t dicht bij huis te houden-.


