donderdag, augustus 03, 2006

De Bibliofiel


Een leven zonder boeken is steriel,
je laat te weinig in je hoofd gebeuren.
Want boeken openen gesloten deuren,
behalve voor de ware bibliofiel.

Die koopt zijn boeken louter om hun kleuren,
de linnen rug van eersteklas textiel,
en of de inhoud hem nu wel beviel,
daar hoor je hem maar zelden over zeuren.

Het gaat hem om het boek als stof'lijk blijk
van zetkunst, drukkunst en geschept papier :
een voorwerp dat je liefderijk kunt strelen.

Alleen de aanblik doet hem maar plezier,
hij leest het niet , het staat alleen te kijk,
de inhoud zal hem daarom nooit vervelen.

Nico Scheepmaker
uit "Niet nog een Boek"

maandag, juli 24, 2006

Lezen om jezelf te vinden?

Ik ben momenteel mijn derde 'Alain de Botton' boek aan het lezen: 'De Romantische school'. Eerder las ik 'Proeven van liefde' en 'De troost van de filosofie'. Luchtige, humoristische boeken over zware thema's. Diep filosofische gedachten over de liefde, leven en sterven, wat-is-de-zin-van-dit-allemaal, maar alles zeer leesbaar en licht verteerbaar.

Een hoofdstuk in 'De romantische school' handelt over leesvoer.
Volgens Alain de Botton bestaan er twee literaire benaderingen:

Lezen om aan jezelf te ontsnappen

"Hoewel Eric veel las, was het niet onredelijk te zeggen dat deze activiteit vrij was van enige nieuwsgierigheid, want hij las niet om dingen te ontdekken, maar voornamelijk om te voorkomen dat hij erop zou stuiten. Hij was niet op zoek naar overeenstemming; als hij al bang was, was zijn eigen angst het laatste waarover hij wilde lezen...Hij was sinds lang van mening dat het proces van zelfonderzoek en zelfdoorlichting geen enkel doel diende en in de genetische opbouw van de soort slechts overleefd had door een gril van de evolutie, in overbodigheid vergelijkbaar met de milt of de blinde darm."

Lezen om jezelf te vinden
"Alice vond een boek alleen het lezen waard als het op een of andere manier behulpzaam kon zijn bij haar leven. Daarmee maakte ze zich schuldig aan wellicht de grootste zonde die een lezer in de ogen van een kundig literair criticus met een boek kon begaan - ze wilde er iets aan hebben. Een lezer zou immers niets moeten willen, boeken hadden geen doel -stofzuigers en oliepompen hadden een doel, maar men was het er toch zeker over eens dat kunst omwille van kunst bestond? Men herinnert zich hoe Nabokov diegenen ridiculiseert die boeken lezen in de hoop er iets van te leren - ervan te leren! Was dat niet even ridicuul als proberen je trek te stillen met kaviaar?"
"Voor een kort moment kan de lezer, gezeten in een treinwagon die door het verdonkerde land ratelt of in een vliegtuig op een nachtvlucht, het gevoel krijgen dat hij zijn verbondenheid met een groter geheel dan zichzelf realiseert, met de mensheid, en een plotselinge vlaag van sympathie en begrip voelt voor zijn medepassagiers en al degenen die hij voordien als vreemden had geweerd..."

Mijn leesgedrag is een combinatie van beiden: alleen al de gedachte dat ik aan het einde van de dag in mijn boek verder kan lezen ontspant onmiddelijk, zelfs wanneer het plan door tijdgebrek of vermoeidheid uiteindelijk in het water valt. Soms lees ik om mijn gedachten te stillen.

Vanochtend, in de auto op weg naar Rethimnon heb ik bij de volgende dingen stil gestaan:
- Zou ik nog op tijd bij mijn eerste hotel zijn om even een ontbijt naar binnen te duwen?
- Hoe leert men rust te vinden in zichzelf en bij een ander?
- Hoe zit dat nu met het onzekerheidprincipe van Heisenberg, hoe kan nu een subatomair deeltje tegelijkertijd zowel golf als deeltje zijn, totdat we of zijn plaats of zijn snelheid vaststellen?
- Wat heb ik in godsnaam gemeen met de automobilist voor me die als een slak blijft rijden? (Het lezen van Deepak Chopra heeft vast en zeker invloed op deze laatste vragen) en
- Stel nu dat die berg, waar ik vier keer per week (op weg naar Rethimnon) op uitkijk, ineens verdwenen zou zijn, zou ik dat dan doorhebben? Of zou ik enkel door een ongemakkelijk gevoel bekruipt worden dat er 'iets niet klopt?'. Of zou ik helemaal niets merken?
U raadt het wel: die maalstroom in mijn hoofd wil zo af en toe wel eens gestilt worden door andermans gedachten.

Toch lees ik hoofdzakelijk "om mezelf te vinden", inderdaad, om iets te leren. Ik geloof dat je enkel door ervaringen kunt groeien en een boek je die kans kan geven. Er bestaan boeken waarbij jij, de lezer, de ervaring 'meevoelt' - incluis het scala aan emoties dat daarbij hoort - de ervaring 'doorleeft' en dus vanuit je luie stoel 'groeit' (jaja).
Ik kan nu eenmaal niet alles zelf ervaren, te weinig tijd, te weinig mogelijkheden (en geloof me, ik doe mijn best!) en vooral te weinig energie.

Maar U: waarom leest U: om aan uzelf te ontsnappen of om uzelf te vinden? Of bent U het in het geheel niet eens met deze stelling?

maandag, juli 03, 2006

Franz Kafka


Honderdzesentwintig jaar geleden werd op 3 juli in Praag een bijzonder kreeftje geboren. Nu ben ik van mening dat vroege kreeften in aanleg enigzins wereldvreemde, emotionele, getalenteerde mensen zijn, met een geniale inslag zo af en toe. Ik kan het weten, als kreeft zijnde.
Hoe dan ook. Vandaag herdenk ik de verjaardag van een geniale schrijver; Deze schrijver was geen egotripper, au contrair, was zich zeer bewust van zijn nietigheid. Ondanks een slecht zelfbeeld vond hij zichzelf wel een getalenteerd schrijver. Zijn schrijfsels zijn beklemmend, zwartgallig, deprimerend, schokkerend, maar ook verslavend en poëtisch. Een kennismaking met Kafka op papier geeft me het gevoel dat het een uitermate sympathieke man moet zijn geweest.
Franz Kafka.
Eerder had ik ‘de gedaantewisseling’ en een aantal kortere verhalen van zijn hand gelezen. Eergisteren begon ik in ‘Amerika’. Zonder veel verwachtingen; Deze roman is namelijk een onderdeel van ‘het Verzameld werk van Franz Kafka’ van Querido en de laatste vertaling stamt uit 1963. En ik heb het niet zo op oude vertalingen.
Couperus kan ik nog wel lezen in een oude vertaling, omdat het Nederlands op zijn oers is. Maar Kafka?
Om een voorbeeld te noemen haal ik de eerste zinnen uit zijn onafgemaakte roman ‘Het proces’ aan, wellicht de bekendste eerste zinnen uit de wereldliteratuur. Er staat:
‘Iemand moest leugens hebben verspreid over Joseph K., want zonder iets te hebben misdaan, werd hij op een mooie ochtend gearresteerd.’
In mijn vertaling staat:
‘Iemand moest Joseph. K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd.’
De eerste vertaling leest toch net wat vloeiender, niet?
Maar toch ‘Amerika’ opengeslagen en een kans gegeven.
Wat een schrijver! Wat een schrijver!
Je zou je haast gaan verheugen over het feit dat zijn vader zo’n wrede man was en dat er nog geen prozac bestond, anders was er misschien nooit een Kafka uit Kafka gegroeid.
In Amerika wordt een jongeman door zijn ouders naar Amerika verbannen omdat hij bij het dienstmeisje een kind heeft verwekt. In het eerste hoofdstuk bevindt hij zich op de boot die zojuist aanmeert. Plots realiseert hij zich dat hij zijn paraplu benedendek heeft laten liggen. Hij vraagt een medepassagier even op zijn koffer te passen terwijl hij zijn paraplu gaat zoeken. Tijdens zijn zoektocht verdwaalt hij en komt, compleet verloren, een stoker tegen. Hij raakt met de man aan de praat en vergeet geheel zijn koffer, al zijn aandacht gaat naar de stoker en het onrecht dat hem is aangedaan. Ondertussen maak ik -de lezer- me zorgen over de koffer en denk, man ga die koffer nu ophalen die je nu al zo lang bewaakt hebt!
Dat is nu schrijven mensen.
Synchroon lees ik nu ook ‘Elementaire deeltjes’ van Houellebecq en ook al ben ik inmiddels op de helft beland, ik heb me nog geen moment afgevraagd hoe het met de hoofdrolspelers zal verlopen. Kan mij het wat schelen of Bruno nog een vrouw in zijn bed weet te lokken? Wanneer dit gevoel van binding ontbreekt met de karakters in een boek, ben ik alleen maar pagina’s aan het lezen. Het leest niet onprettig, is aangenaam verpozen, maar ik vermoed dat het boek niet in me zal doorsluimeren wanneer ik het uit heb.
Als je echter aan het werk bent en ernaar verlangt om naar huis te gaan om toch in hemelsnaam te weten te komen of hij zijn koffer nog terug zal vinden (het antwoord weet ik inmiddels) dan is dat geen lezen meer. Het is dan een overweldigende ervaring, het is een geluktreffer (want er is nog zoveel meer van deze schrijver te lezen!), het is lezen dat verlangen uitlokt naar oneindig meer lezen, het heerlijkste lezen dat er is.
Inmiddels heb ik het hoofdstuk over Kafka in ‘Schrijver van de nieuwe tijd’ van Malcolm Bradbury (ooit een teleac cursus) ook doorgelezen en een prachtige site gevonden op internet.
En ik vind het nu spijtig dat ik niet wat meer ‘into Kafka’ was toen ik een paar jaar geleden door Praag struinde, de stad waar hij het licht zag en weer achter zich liet. Nu zou ik als een ware groupie een roos op zijn graf leggen.
Fijne verjaardag Franz!

vrijdag, juni 23, 2006

Een man om nooit te vergeten


Een paar dagen terug kreeg ik van een client een zak met tijdschriften. Thuisgekomen ondekte ik er een kleine rainbowpocket tussen, genaamd: ‘Een man om nooit te vergeten’, samengesteld door Emma Brunt.
In dit boekje staan 18 verhalen opgesteld, van met name schrijfsters (oa Helga Ruebsamen, Manon Uphoff, Jessica Durlacher, Lulu Wang, Elsbeth Etty, Nilgul Yerli) over die ene man in hun leven die zij nooit vergeten zijn.

Wat een heerlijk boekje en wat jammer dat het maar 140 blz. dik is! Ik heb hier tenenkrommend van genoten!
Over Helga Ruebsamens zeeman (‘Ik houd van macho, en niet van die vriendelijke, begrijpende figuren die het huishouden voor je willen doen’) die ze op een dag betrapte in haar mooiste jurk. Over Mensje van Keulens lover die per ongeluk zijn liefdesbrieven verwisseld had en haar de verkeerde brief stuurde, bedoeld voor zijn andere geliefde.
Het boekje (en dat doen goede boeken nogal eens) stemde tot nadenken. Wie is mijn ‘man om nooit te vergeten?

In de eerste instantie kwamen mijn eerste liefdes in gedachten de revue voorbij. Mijn eerste-bijna-kus. Ik had hem echter op het moment supreme zo angstig aangestaard, dat hij niet meer durfde. De volgende dag vloog hij terug naar Vancouver en schreef ik hem een jaar lang gepassioneerde liefdesbrieven. Slechts eenmaal kreeg ik een kaart terug. Ik vernam later dat zijn moeder bij hem had aangedrongen deze te schrijven en zij hem op de post had gedaan.

Daarna was er de Griek-Australier, mijn eerste keer smoorverliefd. Vijftien was ik, twee weken waren we samen en tot op de dag van vandaag kan ik me woord voor woord onze gesprekken herinneren. Hij was met stip de slechtste kusser ooit, en toch heb ik er gedichten over geschreven. Ach, l’amour, die eerste liefdes, wanneer je overrompeld wordt door dat prachtige gevoel en denkt, eindelijk: ik ben gelukkig, het begin van het sprookje is aangebroken. Je bent er van overtuigd de man van je leven te hebben ontmoet en verwacht wonderen van de liefde. Toen die wonderen niet standhielden voelde ik me bedrogen. Niet zo zeer door ‘de mannen’ (ik ben nooit op dat punt geraakt) maar door het leven waartoe ik gedoemd was. Mijn hart gebroken en diep ongelukkig, kon ik me niet inbeelden dat dat vreselijke gevoel ooit weer voorbij zou gaan. Ik zou voor de rest van mijn leven ongelukkig blijven. Toen dat gevoel ook weer sleet, ben ik de liefde (en vooral mijzelf) een ietsiepietsie minder serieus gaan nemen.

Maar mijn man die ik nooit zal vergeten kwam een paar jaar later. Laat ik hem Jojo noemen. Mijn eerste lange relatie. Tot ik Jojo ontmoette was ik ervan overtuigd dat ik een uitzonderlijk aardig meisje was.
Dankzij Jojo weet ik nu wel beter.
Ik ben buiig, egocentrisch en soms gewoonweg on-uit-staan-baar. Niet dat Jojo het slechtste in mij naar boven haalde, het lukte mij simpel niet meer om het aardige meisje een paar jaar lang te blijven spelen. Dat was ik nu eenmaal niet (de schok was voor ons beiden even groot).
Ik ben hem zeer dankbaar;
Toen ik nog een aardig meisje was, moest ik wel vervloekt zijn tot een verschrikkelijk liefdeslot. Pas op het moment dat ik inzag wat een ongelofelijke trut ik kon zijn dacht ik: ‘Zeg... Misschien heb ik er zelf ook nog wel een handje in.’
Het was een openbaring.
Daarom... is hij de man om nooit te vergeten.
Uiteraard ga ik hem dit van mijn leven niet vertellen (nog altijd bevriend), hij zou een week glunderend rondlopen als hij het bovenstaande wist (af en toe: ‘Zie je wel! Zie je wel! uitroepend) en dat is nu ook weer niet de bedoeling.

Mevrouw Brunt, geweldige samenstelling, dit boekje! Wat dacht U van een vervolg: ‘De vrouw om nooit te vergeten?’

zondag, juni 11, 2006

Kakkerlakkenplaag

Heel af en toe vraag ik mij af wat ik in hemelsnaam op Kreta zoek. Dan wilde ik dat ik in Nederland zat, ondanks verontrustende verhalen over een nieuwe politieke partij die kinderporno promoot.

Zo’n moment had ik een paar dagen terug...

Genietend van Michel Houellebecqs ‘Elementaire Deeltjes’ liep ik naar de keuken om een wijntje in te schenken. Achter de wijnfles zag ik plots een viertal grote, bewegende voelsprieten.
Ja hoor...twee reusachtige kakkerlakken...
Na de twee indringers te hebben geelimineerd dacht ik...kom laat ik uit voorzorg de kieren onder de voordeur met gif bewerken.
Ik spoot er wat gif in en binnen enkele seconden sprong er een heus kakkerlakkenleger naar buiten! Tientallen, tientallen, tientallen reusachtige monsters (zeker 8cm lang!), alsof ik me in een horrorfilm bevond!
Samen met de buurman ben ik een uur bezig geweest gif in alle kieren en hoeken van het huis te gieten en de daaruit springende beesten te vermoorden. Het zal voor omstanders waarschijnlijk een vreemd gezicht geweest zijn, van een afstand zag je mij, met bezem in de hand, her en der op de grond slaande en onderwijl vreemd dansend om de monsters geen kans te geven mijn broekspijpen in te kruipen.

Uitgeput, die nacht geen oog dicht gedaan. Met alle lichten aan geslapen (kakkerlakken zoeken toch het donker op? Toch? TOCH?) en de deuren met handdoeken gebarricadeerd...desondanks bleef ik attend op elk miniem geluidje, elk zuchtje wind.

Gelukkig lijkt het ergste kakkerlakkenleed –op dit moment- voorbij. Gisterenavond tijdens de tweede ronde gifspuiten trof ik nog maar 5 kakkerlakken aan.(jippie!!!!)

Op het moment lijkt Nederland mij een hemels land! Nagenoeg kakkerlakkenvrij!
U begrijpt, ik moet dit slagveld nog geestelijk verwerken.

Verder wil ik nog even melden dat ik discrimineer.
Ik doe mijzelf meestal voor als een zeer tolerant, ruimdenkend mens, maar ik geef het toe: ik ben een racist.

Vorige week ontmoette ik weer zo’n iemand die openlijk toegaf een boekenhater te zijn.
Sorry mensen, maar zodra ik van iemand verneem dat hij lezen en boeken haat, liever de film van het boek gaat zien, dan heb ik mijn oordeel klaarliggen.

Ik denk dan: ‘Hij/zij heeft de intelligentie van een gemiddelde kakkerlak’ –om t dicht bij huis te houden-.

Afijn.

PS Wil er nog iemand komen logeren in mijn pittoresk vrijstaand huisje vlakbij zee?